Home
» Ontdekken
»
Huurtoeslag 2026: wie kan nu voor het eerst toeslag krijgen?
Huurtoeslag 2026: wie kan nu voor het eerst toeslag krijgen?
De grootste verandering: een hoge huur sluit huurtoeslag niet meer automatisch uit
Vanaf 1 januari 2026 is de maximale huurgrens niet langer een harde voorwaarde om huurtoeslag te kunnen krijgen. Dat is de belangrijkste groep die in 2026 voor het eerst in beeld komt: huurders met een laag genoeg inkomen en vermogen die in 2025 nog buiten de regeling vielen omdat hun huur boven de toen geldende grens lag.
Dat betekent niet dat iedere huurder met een hoge huur automatisch huurtoeslag krijgt. De andere voorwaarden blijven bestaan. Je inkomen moet laag genoeg zijn voor jouw situatie, je vermogen mag niet boven de vermogensgrens uitkomen en je moet in beginsel een zelfstandige woonruimte huren. Ook telt vanaf 2026 alleen de kale huur mee voor de berekening; bepaalde servicekosten die eerder meetelden, tellen niet meer mee.
In 2026 kunnen sommige huurders die eerder door een te hoge huur buiten de regeling vielen voor het eerst huurtoeslag krijgen, zolang zij ook aan de overige voorwaarden voldoen.
Wie kan in 2026 voor het eerst recht krijgen?
Er zijn drie groepen waarvoor de nieuwe regels bijzonder relevant zijn. De grootste groep bestaat uit huurders die in 2025 geen huurtoeslag konden krijgen omdat hun huur boven de maximale huurgrens lag. Daarnaast verandert de positie van jongeren, vooral van 21 en 22 jaar. Ook voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar verdwijnt de huurprijs als absolute uitsluitingsgrond, al wordt hun toeslag nog steeds over een lager maximumbedrag berekend.
1. Huurders met een kale huur boven € 932,93
In 2026 mag je kale huur hoger zijn dan € 932,93 en kun je toch huurtoeslag aanvragen. De toeslag wordt dan niet berekend over je volledige huur, maar maximaal over € 932,93. Het deel van de huur boven dat bedrag betaal je dus zonder huurtoeslag.
Voorbeeld: je bent 35 jaar, woont alleen in een zelfstandige woning en betaalt € 1.050 kale huur per maand. In 2025 zou een huur boven de toenmalige maximale huurgrens je in de meeste gevallen buiten de huurtoeslag hebben gehouden. In 2026 kan er wel recht bestaan. De berekening stopt dan bij € 932,93; over de resterende € 117,07 wordt geen huurtoeslag berekend.
Het gewenste resultaat is hier niet “de hele huur vergoed krijgen”, maar vaststellen of je überhaupt recht hebt en hoeveel de tegemoetkoming werkelijk bedraagt. Een positieve proefberekening is het belangrijkste signaal dat aanvragen zinvol is.
2. Jongeren van 21 en 22 jaar
De leeftijdsgrens voor de lagere jongerenberekening gaat in 2026 omlaag van 23 naar 21 jaar. Daardoor vallen 21- en 22-jarigen vanaf 2026 onder dezelfde hogere maximale rekenhuur als oudere huurders: € 932,93.
Dat kan twee gevolgen hebben. Iemand van 21 of 22 die al huurtoeslag kreeg, kan een hoger bedrag krijgen. Maar iemand die in 2025 met een relatief hoge huur buiten de praktische mogelijkheden viel, kan in 2026 ook voor het eerst recht krijgen.
Voorbeeld: een 22-jarige huurt zelfstandig voor € 700 kale huur. In 2025 viel die persoon nog onder de jongerenregels met een veel lagere huurgrens. Vanaf 2026 wordt de toeslag tot maximaal € 932,93 berekend, zodat € 700 volledig binnen de rekenhuur valt.
Bij meerdere bewoners kijkt Dienst Toeslagen in beginsel naar de leeftijd van de oudste bewoner. Woont iemand van 20 samen met iemand van 25, dan geldt dus de hogere maximale rekenhuur.
3. Jongeren van 18 tot en met 20 jaar met een huur boven € 498,20
Ook voor jongeren onder 21 verdwijnt in 2026 de huurgrens als toegangseis. Zij kunnen dus met een kale huur boven € 498,20 nog steeds een aanvraag doen. Hun toeslag wordt echter maximaal berekend over € 498,20.
Dat is een belangrijke nuance. Een huur van bijvoorbeeld € 650 maakt een 20-jarige niet meer automatisch ongeschikt voor huurtoeslag, maar de toeslag wordt niet over € 650 berekend. Het deel boven € 498,20 blijft buiten de berekening.
Jongeren onder 18 hebben normaal gesproken geen recht op huurtoeslag, behalve in bijzondere situaties. Voor die uitzonderingen is de algemene uitleg van Dienst Toeslagen leidend.
De huurgrens is weg als toegangseis, maar blijft bestaan in de berekening
Dit is de meest voorkomende bron van verwarring in 2026. “Geen maximale huurgrens meer” betekent niet dat de overheid onbeperkt huur subsidieert. Het betekent alleen dat een huur bóven de grens je niet meer automatisch uitsluit.
Situatie in 2026
Kan een hogere huur recht geven?
Maximale huur waarover wordt berekend
Oudste bewoner 21 jaar of ouder
Ja, als aan de overige voorwaarden wordt voldaan
€ 932,93
Oudste bewoner 18 t/m 20 jaar
Ja, als aan de overige voorwaarden wordt voldaan
€ 498,20
Gebruik deze bedragen daarom als rekenplafond, niet als grens waarboven je aanvraag automatisch wordt afgewezen.
Welke voorwaarden kunnen je alsnog uitsluiten?
Een hogere huur is vanaf 2026 dus geen automatische blokkade meer. Maar een positieve uitkomst hangt nog steeds van meerdere voorwaarden af.
Je inkomen
Voor huurtoeslag bestaat geen simpel algemeen jaarinkomen dat voor iedereen als vaste grens geldt. De hoogte van de toeslag wordt berekend op basis van onder andere je toetsingsinkomen, huur, leeftijd en huishoudsituatie. Daarom kan een bedrag dat voor het ene huishouden nog recht geeft bij een ander huishouden anders uitpakken.
Goede uitkomst: een proefberekening met je realistische jaarinkomen geeft een positief bedrag. Wanneer van aanpak veranderen: verwacht je later in 2026 een salarisstijging, nieuwe baan, uitkering of pensioen, herhaal dan de berekening met het nieuwe verwachte jaarinkomen om terugbetalen te voorkomen.
Je vermogen op 1 januari 2026
Voor 2026 mag iemand zonder toeslagpartner op 1 januari maximaal € 38.479 aan vermogen hebben. Met een toeslagpartner is de gezamenlijke grens € 76.958. Een medebewoner mag in beginsel maximaal € 38.479 aan vermogen hebben.
Heb je op 1 januari te veel vermogen, dan heb je voor dat jaar geen recht op huurtoeslag, ook als je vermogen later daalt. De officiële vermogensgrenzen staan bij Dienst Toeslagen: maximaal vermogen voor huurtoeslag.
Je woning
In de normale situatie moet je een zelfstandige woonruimte huren: je hebt een eigen toegangsdeur die je van binnen en buiten kunt afsluiten en beschikt over de noodzakelijke eigen voorzieningen. Voor sommige onzelfstandige woningen bestaan uitzonderingen. Een kamer in een gewoon studentenhuis geeft daarom niet automatisch recht op huurtoeslag.
Goede uitkomst: je woning voldoet aantoonbaar aan de voorwaarden van Dienst Toeslagen. Wanneer verder controleren: huur je een kamer, woon je in begeleid wonen, een woongebouw met gedeelde voorzieningen of een bijzondere woonvorm, controleer dan eerst de woningcategorie voordat je op een proefberekening vertrouwt.
Servicekosten tellen vanaf 2026 niet meer mee
Tot en met 2025 konden bepaalde servicekosten onder voorwaarden deel uitmaken van de rekenhuur. Vanaf 2026 vervalt dat. Dienst Toeslagen gaat voor de huurtoeslag uit van de kale huurprijs.
Dit kan belangrijk zijn als je huurcontract één totaalbedrag noemt. Splits dan eerst de kale huur en servicekosten. Een proefberekening met het volledige totaalbedrag kan anders een onjuist beeld geven.
Voorbeeld: je betaalt € 850 per maand, waarvan € 790 kale huur en € 60 servicekosten. Voor de huurtoeslag voer je in 2026 de relevante kale huur van € 790 in, niet € 850.
Hoe weet je of de nieuwe regels voor jou echt voordeel opleveren?
Een kwalitatief goede uitkomst bestaat uit drie controles. Ten eerste moet je vaststellen dat je onder de basisvoorwaarden valt. Ten tweede moet je een actuele proefberekening maken met de kale huur, het verwachte jaarinkomen en de juiste huishoudsituatie. Ten derde moet je controleren of je vermogen op 1 januari binnen de grens lag.
De uitkomst is overtuigend wanneer die drie gegevens consistent zijn en de proefberekening een positief bedrag laat zien. Een los internetvoorbeeld is daarvoor niet voldoende, omdat de toeslag afhangt van persoonlijke gegevens.
Dienst Toeslagen adviseert mensen die in 2025 geen huurtoeslag kregen vanwege een te hoge huur expliciet om voor 2026 opnieuw te controleren. Dat kan via de proefberekening en daarna via Mijn toeslagen.
Wanneer is aanvragen verstandig?
Aanvragen is logisch als de officiële proefberekening voor 2026 een positief bedrag laat zien en je gegevens kloppen. Je hoeft niet af te wachten tot je huur daalt tot onder € 932,93 of € 498,20; juist dat is de regel die in 2026 is veranderd.
Heb je al huurtoeslag, dan hoef je die normaal gesproken niet ieder jaar opnieuw aan te vragen. Je krijgt de toeslag door zolang je aan de voorwaarden voldoet. Controleer wel of je huur, inkomen, huishouden en andere relevante gegevens goed staan.
Heb je nog geen huurtoeslag, dan kun je aanvragen via Mijn toeslagen. De Rijksoverheid vermeldt daarnaast dat huurtoeslag over 2025 nog tot en met 31 december 2026 kan worden aangevraagd. Dat staat los van de nieuwe 2026-regels: voor 2025 gelden de oude voorwaarden.
Wanneer moet je niet alleen op een online berekening vertrouwen?
Een proefberekening is zeer nuttig, maar heeft grenzen. Bij bijzondere situaties kan extra controle nodig zijn, bijvoorbeeld bij een onzelfstandige woonruimte die mogelijk onder een uitzondering valt, een partner die niet op hetzelfde adres staat ingeschreven, bijzonder vermogen of wijzigingen in je huishouden gedurende het jaar.
Ook als je jaarinkomen onzeker is, blijft de uitkomst een schatting. Gebruik dan meerdere scenario’s, bijvoorbeeld je huidige inkomen en een realistischer hoger inkomen wanneer je meer gaat werken. Zo zie je niet alleen of je vandaag recht lijkt te hebben, maar ook hoe gevoelig de toeslag is voor veranderingen.
Praktische beslischeck voor 2026
Betaal je meer dan € 932,93 kale huur en ben je 21 jaar of ouder? Sluit jezelf niet meer uit: maak een proefberekening.
Ben je 21 of 22? Bereken opnieuw; vanaf 2026 val je niet meer onder de lagere jongerenrekenhuur.
Ben je 18, 19 of 20 en betaal je meer dan € 498,20? Je kunt nog steeds recht hebben, maar de berekening stopt bij € 498,20.
Gebruik alleen de kale huur, niet het totaal inclusief servicekosten.
Controleer je vermogen op 1 januari 2026: € 38.479 zonder toeslagpartner of € 76.958 gezamenlijk met toeslagpartner.
Controleer of je woning aan de woonruimtevoorwaarden voldoet.
Maak een proefberekening met een realistisch verwacht jaarinkomen voordat je aanvraagt.
Conclusie: vooral de oude huurgrens mag je niet meer tegenhouden
De groep die in 2026 het duidelijkst voor het eerst huurtoeslag kan krijgen, bestaat uit mensen die eerder door een te hoge huur waren uitgesloten. Daarnaast kunnen 21- en 22-jarigen duidelijk gunstiger uitkomen doordat zij vanaf 2026 onder de hogere rekenhuur vallen. Ook jongeren van 18 tot en met 20 jaar worden niet meer enkel vanwege een huur boven € 498,20 afgewezen, al blijft hun berekening tot dat bedrag beperkt.
De beste toets is daarom niet de vraag “is mijn huur te hoog?”, maar: voldoe ik aan de overige voorwaarden en geeft de officiële proefberekening met mijn kale huur en verwachte inkomen een positief resultaat? De hervorming verruimt de toegang, maar garandeert geen toeslag voor ieder huishouden.