Home
» Ontdekken
»
Kindgebonden budget 2026: hoeveel kunt u krijgen?
Kindgebonden budget 2026: hoeveel kunt u krijgen?
Hoeveel kindgebonden budget u in 2026 kunt krijgen, hangt vooral af van uw gezinssituatie, het aantal en de leeftijd van uw kinderen, uw toetsingsinkomen en uw vermogen. Er is dus niet één vast bedrag voor ieder gezin. Wel zijn de officiële maximumbedragen en rekenregels voor 2026 bekend. Daardoor kunt u redelijk goed inschatten waar u staat voordat u een proefberekening maakt.
De belangrijkste keuze is niet zozeer “welk bedrag kiest u?”, maar hoe nauwkeurig u uw verwachte inkomen doorgeeft en hoe u omgaat met veranderingen gedurende het jaar. Een lagere inkomensschatting kan een hoger voorschot opleveren, maar vergroot het risico dat u later moet terugbetalen. Een voorzichtiger, iets hogere schatting kan uw maandelijkse voorschot verlagen, maar verkleint juist dat terugbetaalrisico. Welke aanpak past, hangt af van de stabiliteit van uw inkomen en hoeveel financiële ruimte u hebt voor een eventuele correctie achteraf.
Een gezin vergelijkt inkomsten en uitgaven. Voor het kindgebonden budget 2026 zijn vooral het toetsingsinkomen, het aantal kinderen, hun leeftijd en het vermogen bepalend.
Maximale bedragen kindgebonden budget in 2026
Volgens de officiële berekening van Dienst Toeslagen bedraagt het maximale jaarbedrag in 2026 voor een alleenstaande ouder € 5.996 bij één kind en € 8.576 bij twee kinderen. Voor een ouder met een toeslagpartner zijn de maxima respectievelijk € 2.580 en € 5.160. Vanaf het derde kind komt er per extra kind € 2.580 per jaar bij.
Gezinssituatie
1 kind
2 kinderen
Vanaf 3e kind
Alleenstaande ouder
€ 5.996 per jaar
€ 8.576 per jaar
+ € 2.580 per extra kind
Met toeslagpartner
€ 2.580 per jaar
€ 5.160 per jaar
+ € 2.580 per extra kind
Dit zijn maximumbedragen vóór vermindering op basis van inkomen. Als u het hele jaar recht zou hebben op het maximum, komt € 5.996 neer op ongeveer € 499,67 per maand en € 2.580 op € 215 per maand. Zie die maandbedragen alleen als rekenhulp: uw daadwerkelijke voorschot kan anders uitvallen door uw inkomen, wijzigingen gedurende het jaar en de leeftijd van uw kind.
Voor oudere kinderen geldt een verhoging op het maximale toeslagbedrag. Voor ieder kind van 12 tot en met 15 jaar is dat € 724 per jaar. Voor ieder kind van 16 of 17 jaar is dat € 964 per jaar. De verhoging is bedoeld als tegemoetkoming in onder meer onderwijs- en schoolkosten.
Een praktisch verschil is het moment waarop een kind de leeftijdsgrens bereikt. Dienst Toeslagen geeft aan dat de verhoging ingaat na de maand waarin het kind 12 of 16 jaar wordt. Een gezin waarin een kind in januari 16 wordt, heeft daardoor in dat kalenderjaar langer profijt van de hogere leeftijdsopslag dan een gezin waarin datzelfde verjaardagspunt pas in november wordt bereikt.
Wilt u vooral weten hoeveel u na een verjaardag krijgt, dan is het verstandiger om niet alleen met een jaarmaximum te rekenen. Controleer de actuele situatie via de uitleg van Dienst Toeslagen over de hoogte van het kindgebonden budget en maak daarna een proefberekening met de juiste geboortedatum.
Wanneer krijgt u het maximale bedrag?
Voor een alleenstaande ouder geldt in 2026 dat het maximale bedrag van toepassing is bij een toetsingsinkomen tot en met € 29.736. Heeft u een toeslagpartner, dan ligt die grens op € 39.141 gezamenlijk toetsingsinkomen. Boven die grens wordt het maximale bedrag verminderd met 7,6% van het inkomen boven de betreffende grens.
Rekenvoorbeeld: twee ouders, twee jonge kinderen
Stel dat een stel twee kinderen jonger dan 12 jaar heeft en samen een toetsingsinkomen van € 45.000. Het maximale bedrag is dan € 5.160. Het inkomen ligt € 5.859 boven de grens van € 39.141. De vermindering is 7,6% van € 5.859, oftewel € 445,28. Het berekende jaarbedrag komt daarmee op € 4.714,72. Dit voorbeeld sluit aan op de officiële rekenmethodiek van Dienst Toeslagen.
Rekenvoorbeeld: alleenstaande ouder met één kind
Een alleenstaande ouder met één kind jonger dan 12 jaar en een toetsingsinkomen van € 30.000 begint bij een maximum van € 5.996. Het inkomen ligt € 264 boven de grens van € 29.736. De vermindering is 7,6% van € 264, dus € 20,06. Het jaarbedrag komt in deze vereenvoudigde berekening uit op € 5.975,94.
Uw inkomensschatting: hoger voorschot of minder kans op terugbetalen?
Kindgebonden budget wordt doorgaans als voorschot uitgekeerd op basis van de gegevens die op dat moment bekend zijn. Daardoor ontstaat een praktische afweging wanneer uw inkomen onzeker is. Wie een relatief lage jaarinkomensschatting doorgeeft, kan gedurende het jaar meer ontvangen. Als het werkelijke inkomen uiteindelijk hoger blijkt, kan een deel van het ontvangen bedrag worden teruggevorderd. Wie juist conservatiever schat, ontvangt mogelijk tijdelijk minder, maar heeft minder kans op een grote correctie achteraf.
Bij een stabiel salaris zonder grote bonus, urenwijziging of wisseling van baan is een nauwkeurige schatting meestal eenvoudiger. Bij ondernemers, oproepkrachten, mensen met variabele bonussen of huishoudens waarin een partner gedurende het jaar meer gaat werken, is tussentijds bijwerken belangrijker. De beste keuze is dan niet om het inkomen structureel laag of hoog te zetten, maar om de schatting te actualiseren zodra er nieuwe informatie is.
Ook is er geen universele maximale inkomensgrens voor iedereen. Dienst Toeslagen benadrukt dat het punt waarop het budget volledig afbouwt afhangt van het aantal kinderen, hun leeftijd en uw gezinssituatie. Gebruik daarom niet zomaar een inkomensgrens van een ander huishouden. De officiële toelichting staat op Hoe hoog mag mijn inkomen zijn voor kindgebonden budget?.
Vermogensgrens 2026: een harde voorwaarde op 1 januari
Naast inkomen telt ook vermogen mee. Op 1 januari 2026 mag uw vermogen maximaal € 146.011 zijn als u geen toeslagpartner hebt. Met een toeslagpartner is de gezamenlijke grens € 184.633. Zit u op 1 januari boven de grens, dan hebt u volgens Dienst Toeslagen voor het hele jaar geen recht op kindgebonden budget.
Dat maakt het peilmoment belangrijk. Krijgt u pas later in 2026 een erfenis of stijgt uw vermogen om een andere reden boven de grens, dan verandert dat volgens de officiële uitleg niet met terugwerkende kracht uw recht over 2026. Het kan wel gevolgen hebben voor het volgende toeslagjaar als het vermogen op de volgende peildatum nog boven de dan geldende grens ligt.
Let er ook op dat vermogen van minderjarige kinderen kan meetellen bij uw vermogen en dat groene beleggingen voor het kindgebonden budget niet automatisch buiten beschouwing blijven. Bekijk bij twijfel de actuele uitleg over de vermogensgrens voor kindgebonden budget.
Alleenstaand of met toeslagpartner: waarom is het verschil zo groot?
Een alleenstaande ouder kan een hoger maximumbedrag ontvangen dan een ouder met toeslagpartner. Dat verschil is bewust onderdeel van de regeling. In 2026 is het maximum voor één kind bijvoorbeeld € 5.996 voor een alleenstaande ouder tegenover € 2.580 voor een huishouden met toeslagpartner.
De praktische consequentie is dat uw status als toeslagpartner grote invloed kan hebben op het bedrag. U kunt die status niet vrij kiezen om een hogere toeslag te krijgen; de toeslagpartnerregels bepalen wie voor toeslagen als partner telt. Als uw woon- of relatiesituatie verandert, is het daarom belangrijk om te controleren vanaf wanneer Dienst Toeslagen die verandering verwerkt.
Wanneer hoeft u niets aan te vragen?
De ouder op wiens naam de kinderbijslag van de Sociale Verzekeringsbank staat, is in beginsel degene die recht heeft op het kindgebonden budget. Ontvangt u al huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag, dan hoeft u kindgebonden budget vaak niet apart aan te vragen; Dienst Toeslagen laat weten als u er recht op hebt. Wie geen andere toeslag ontvangt maar mogelijk wel recht heeft op kindgebonden budget, kan het zelf aanvragen via Mijn toeslagen.
Dienst Toeslagen meldt dat het kindgebonden budget in 2026 iets hoger is voor alleenstaande ouders met een inkomen tot € 29.736 en voor stellen met een gezamenlijk inkomen tot € 39.141. Boven die inkomensniveaus kan het bedrag in 2026 juist wat lager uitvallen. Dat hangt samen met de combinatie van hogere maximumbedragen en het afbouwpercentage van 7,6%.
Wie alleen kijkt naar “de toeslag gaat omhoog” kan dus een verkeerde verwachting krijgen. De uitkomst verschilt per huishouden. Controleer uw eigen gegevens in plaats van een gemiddeld bedrag als uitgangspunt te nemen. De officiële samenvatting van de wijzigingen staat op Wat verandert er in 2026 voor uw toeslagen?.
Welke aanpak past bij uw situatie?
Situatie
Praktische aanpak
Belangrijkste afweging
Vast salaris, weinig wijzigingen
Gebruik uw verwachte jaarinkomen en controleer de beschikking
Gemak versus kleine kans op correctie
Variabel inkomen of bonus
Werk uw inkomensschatting tussentijds bij
Hoger voorschot nu versus terugbetaalrisico later
Kind wordt 12 of 16 jaar
Controleer het bedrag na de verjaardagsmaand
Jaarmaximum is minder nauwkeurig bij een leeftijdswijziging
Vermogen dicht bij de grens
Controleer uw vermogen specifiek op 1 januari
De peildatum kan doorslaggevend zijn voor het hele jaar
Verandering in partner- of woonsituatie
Controleer de toeslagpartnerstatus en geef wijzigingen tijdig door
De gezinssituatie kan het maximale bedrag sterk veranderen
Kort samengevat
In 2026 loopt het basismaximum van € 2.580 per jaar voor één kind bij een ouder met toeslagpartner tot € 5.996 voor één kind bij een alleenstaande ouder. Met meer kinderen en kinderen van 12 jaar of ouder kan het maximale bedrag verder stijgen. Het uiteindelijke bedrag neemt af zodra uw toetsingsinkomen boven € 29.736 als alleenstaande of boven € 39.141 met toeslagpartner uitkomt. Daarnaast geldt op 1 januari 2026 een vermogensgrens van € 146.011 zonder toeslagpartner en € 184.633 met toeslagpartner.
Voor een betrouwbare persoonlijke uitkomst zijn vooral drie dingen belangrijk: gebruik een realistische inkomensschatting, controleer wijzigingen in gezin en leeftijd van de kinderen, en let op het vermogen op de peildatum. De bedragen in dit artikel zijn gecontroleerd aan de hand van officiële informatie van Dienst Toeslagen, waaronder de berekeningspublicatie voor 2026 van januari 2026. De regels kunnen per persoonlijke situatie anders uitwerken; een officiële proefberekening blijft daarom de beste laatste controle voor uw eigen bedrag.