Home
» Ontdekken
»
Uitkeringen juli 2026: welke bedragen zijn verhoogd en wat merk je daarvan?
Uitkeringen juli 2026: welke bedragen zijn verhoogd en wat merk je daarvan?
Per 1 juli 2026 zijn veel uitkeringen verhoogd
De belangrijkste wijziging is bevestigd: per 1 juli 2026 zijn meerdere Nederlandse uitkeringen en sociale zekerheidsbedragen omhooggegaan. De directe aanleiding is de verhoging van het wettelijk minimumuurloon van € 14,71 naar € 14,99. In de sociale zekerheid stijgt daardoor het bruto referentieminimummaandloon van € 2.294,40 naar € 2.337,00.
Dat werkt door in onder meer de bijstand, IOAW, IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, Ziektewet, IOW en Toeslagenwet. Ook de kinderbijslag is aangepast, maar die verhoging volgt de consumentenprijsontwikkeling en niet rechtstreeks het minimumloon.
Per 1 juli 2026 zijn verschillende sociale zekerheidsbedragen aangepast; het precieze effect hangt af van de soort uitkering en je persoonlijke situatie.
De snelste samenvatting: welke uitkeringen gingen omhoog?
De verhoging geldt niet voor iedere regeling op precies dezelfde manier. Sommige uitkeringen hebben vaste normbedragen, terwijl andere worden berekend op basis van een individueel dagloon of eerder verdiend loon. Daardoor kan de ene ontvanger een duidelijk nieuw maandbedrag zien en de andere vooral een procentuele verhoging.
Regeling
Wijziging per 1 juli 2026
Wat betekent dit praktisch?
Bijstand
Nieuwe netto normbedragen
Bedrag hangt af van leeftijd, huishouden en eventuele kostendelers
AOW
Hoger bruto maandbedrag
Netto bedrag hangt onder meer af van loonheffingskorting en Zvw-bijdrage
Anw
Hoger bruto normbedrag
Eigen inkomen kan de feitelijke uitkering verlagen
IOAW en IOAZ
Hogere bruto grondslagen
Andere inkomsten worden meegewogen; bij IOAZ speelt ook vermogen mee
WW, WIA, WAO, ZW en IOW
Bestaande bruto uitkeringen +1,86%
Geen algemeen vast maandbedrag; hoogte blijft individueel
Wajong
Hogere grondslagen
Uitkering is onder meer 70% of 75% van de relevante grondslag, afhankelijk van arbeidsvermogen
Toeslagenwet
Hogere dagbedragen
Aanvulling blijft afhankelijk van inkomen en leefsituatie
Kinderbijslag
Hogere kwartaalbedragen
Nieuwe bedragen gelden vanaf het derde kwartaal 2026
Bijstand: nieuwe bedragen per 1 juli 2026
Voor mensen van 21 jaar tot de AOW-leeftijd stijgt de bijstandsnorm. Een alleenstaande of alleenstaande ouder gaat van in totaal € 1.401,50 per maand inclusief reservering voor vakantiegeld naar € 1.419,46. Voor gehuwden en samenwonenden samen stijgt het totaal van € 2.002,13 naar € 2.027,79.
Leefsituatie
1 januari 2026
1 juli 2026
Verschil
Alleenstaande / alleenstaande ouder, 21 jaar tot AOW-leeftijd
€ 1.401,50
€ 1.419,46
+ € 17,96
Gehuwd / samenwonend, 21 jaar tot AOW-leeftijd, samen
€ 2.002,13
€ 2.027,79
+ € 25,66
Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd
€ 1.564,69
€ 1.587,34
+ € 22,65
Gehuwd / samenwonend vanaf AOW-leeftijd, samen
€ 2.144,16
€ 2.176,10
+ € 31,94
Deze totalen zijn inclusief de maandelijkse reservering voor vakantiegeld. De feitelijke bijstandsuitkering kan lager zijn als je ander inkomen hebt. Ook kan de kostendelersnorm van toepassing zijn wanneer je met andere volwassenen van 27 jaar of ouder in één woning woont.
Wat heb je hieraan? Vergelijk niet alleen het bedrag dat op je rekening staat, maar kijk ook naar de specificatie van de gemeente. Daarop staat welk normbedrag, welk inkomen en welke vakantiegeldreservering zijn gebruikt.
AOW: maandbedrag omhoog, vakantiegeld niet overal mee omhoog
De AOW stijgt per 1 juli 2026. Voor een alleenstaande met een volledige AOW is het bruto maandbedrag € 1.662,16. Voor iemand die getrouwd is of samenwoont is het bruto bedrag € 1.139,39 per persoon. De Sociale Verzekeringsbank publiceert daarnaast de netto bedragen, die verschillen afhankelijk van het gebruik van de loonheffingskorting.
Een opvallende nuance: het maandelijkse bruto AOW-bedrag gaat omhoog, maar het bedrag aan vakantiegeld dat maandelijks wordt opgebouwd daalt ten opzichte van januari. Voor een alleenstaande daalt dit van € 106,55 naar € 104,78 bruto per maand. Voor een gehuwde of samenwonende AOW’er daalt het van € 76,10 naar € 74,85.
De overheid legt uit dat dit samenhangt met de netto-nettokoppeling en de afbouw van de algemene heffingskorting. Het totale referentie-inkomen stijgt wel, maar de verdeling tussen maandbedrag en vakantiegeld verandert.
Voor bestaande bruto uitkeringen uit de WW, WIA, WAO, Ziektewet en IOW geldt per 1 juli 2026 een verhoging van 1,86%. Dit is anders dan bij de bijstand: er is hier geen algemeen maandbedrag dat voor iedereen gelijk is, omdat de uitkering meestal wordt berekend aan de hand van het individuele dagloon en andere persoonlijke gegevens.
Wel is het maximumdagloon verhoogd. Dat gaat van € 304,25 naar € 309,91 bruto per dag. Het maximumdagloon is relevant voor mensen van wie het berekende dagloon boven deze grens ligt.
Voorbeeld: als je WW-uitkering in juni werd berekend op een dagloon dat onder het maximum ligt, wordt je bestaande bruto uitkering per juli in beginsel aangepast met de officiële indexering. Zit je dagloon boven het maximum, dan kan de verhoging van het maximumdagloon mede bepalen hoe hoog het nieuwe maximale uitkeringsbedrag wordt.
Het precieze bedrag op je betaalspecificatie kan daarnaast veranderen door belasting, verrekeningen, inkomsten uit werk of een wijziging in je recht.
Wajong: hogere grondslagen, maar geen één vast maandbedrag
Ook de Wajong stijgt mee. Vanaf 1 juli 2026 is de bruto grondslag voor iemand van 21 jaar of ouder € 107,45 per dag, tegenover € 105,49 vanaf 1 januari 2026. Voor jongere Wajong-gerechtigden gelden leeftijdsafhankelijke grondslagen: € 85,96 voor 20 jaar, € 64,47 voor 19 jaar en € 53,72 voor 18 jaar.
De feitelijke Wajong-uitkering is niet simpelweg gelijk aan de grondslag. Volgens UWV bedraagt de basisuitkering bij arbeidsvermogen maximaal 70% van de relevante grondslag en bij duurzaam geen arbeidsvermogen 75%. Inkomen uit werk en eventuele garantieregels kunnen de uiteindelijke betaling beïnvloeden.
Daarom is het verstandiger om je persoonlijke specificatie te vergelijken dan alleen een algemeen internetbedrag te gebruiken.
IOAW en IOAZ: hogere bruto bedragen
Ook de IOAW en IOAZ zijn per 1 juli aangepast. Voor gehuwden en samenwonenden van 21 jaar of ouder is het bruto maandbedrag vóór verrekening van andere inkomsten € 2.172,30. In januari was dat € 2.132,52.
Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders zonder meerderjarige medebewoners stijgt het bruto maandbedrag van € 1.644,55 naar € 1.669,24. Voor mensen op wie de kostendelersnorm van toepassing is, stijgt het bedrag van € 1.066,26 naar € 1.086,15.
Let op het verschil met bijstand: bij de IOAW wordt geen rekening gehouden met eigen vermogen, maar wel met andere inkomsten. Bij de IOAZ spelen zowel inkomsten als vermogen een rol. Een verhoging van de norm betekent dus niet automatisch dat iedereen precies het volledige nieuwe normbedrag ontvangt.
Anw: hogere nabestaandenuitkering
De maximale Anw-nabestaandenuitkering is eveneens verhoogd. In de ministeriële publicatie staat voor een alleenstaande een basisbedrag van € 1.676,53 bruto per maand, exclusief de vaste tegemoetkoming Anw van € 21,77. De SVB toont op haar betaalpagina het gecombineerde bruto bedrag van € 1.698,30.
Dat verschil tussen bronnen is dus geen tegenstrijdigheid: de ene tabel toont de uitkering zonder de tegemoetkoming, terwijl de SVB het totaal inclusief die tegemoetkoming presenteert. Inkomen kan de Anw-uitkering verlagen.
Kinderbijslag: nieuwe bedragen gelden vanaf het derde kwartaal
De kinderbijslag is per 1 juli 2026 verhoogd in lijn met de consumentenprijzen. Het gaat om bedragen per kind per kwartaal:
Leeftijd kind
1e en 2e kwartaal 2026
Vanaf 3e kwartaal 2026
Stijging
0 t/m 5 jaar
€ 295,07
€ 298,40
+ € 3,33
6 t/m 11 jaar
€ 358,30
€ 362,35
+ € 4,05
12 t/m 17 jaar
€ 421,53
€ 426,29
+ € 4,76
Belangrijk voor de timing: het hogere bedrag hoort bij het derde kwartaal van 2026 en wordt na afloop van dat kwartaal uitbetaald. Volgens de SVB ontvang je dat nieuwe bedrag dus voor het eerst rond 1 oktober 2026. De betaling op 1 juli zelf heeft nog betrekking op het tweede kwartaal en gebruikt daarom de oude kwartaalbedragen.
Veel sociale zekerheidsbedragen zijn wettelijk gekoppeld aan het minimumloon. Het minimumloon wordt in Nederland ieder halfjaar geïndexeerd. Vanaf 1 juli 2026 bedraagt het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder € 14,99 bruto per uur. Voor jongeren gelden lagere minimumjeugdlonen.
De koppeling betekent niet dat iedere uitkering exact met hetzelfde eurobedrag stijgt. Sommige normen zijn netto gekoppeld, andere bruto, en regelingen kunnen verschillende percentages, daglonen, leeftijdsgrenzen of leefsituaties gebruiken.
Wat moet je controleren op je betaling van juli of daarna?
Als je een uitkering ontvangt, kijk dan eerst naar de nieuwe betaalspecificatie. Controleer het brutobedrag, eventueel vakantiegeld, ingehouden loonheffing, andere inkomsten en verrekeningen. Bij AOW en Anw kan de loonheffingskorting veel verschil maken tussen bruto en netto. Bij WW, WIA en Ziektewet kan een wijziging in inkomsten de indexering deels maskeren.
Zie je geen verhoging terwijl je die wel verwachtte? Kijk dan of de betaling betrekking heeft op een periode vóór 1 juli. Bij kinderbijslag is dat extra belangrijk: het bedrag dat op 1 juli wordt uitbetaald hoort bij het tweede kwartaal, terwijl de verhoging pas zichtbaar wordt bij de betaling van het derde kwartaal in oktober.
Ook bij gemeentelijke regelingen kan de betaaldatum ervoor zorgen dat een nieuwe norm pas in een latere betaling volledig zichtbaar wordt. Neem bij twijfel de specificatie en de ingangsdatum van de nieuwe norm naast elkaar.
Conclusie: de meeste gekoppelde uitkeringen zijn per 1 juli 2026 hoger
De verhogingen per 1 juli 2026 zijn officieel vastgesteld. De rode draad is de stijging van het wettelijk minimumuurloon naar € 14,99 en het referentieminimummaandloon naar € 2.337,00. Daardoor zijn onder meer bijstand, AOW, Anw, IOAW, IOAZ, Wajong, WW, WIA, WAO, Ziektewet, IOW en de Toeslagenwet aangepast. De kinderbijslag stijgt eveneens, maar volgens een aparte prijsindexering.
Voor de meeste lezers is één onderscheid het belangrijkst: een nieuw normbedrag is niet altijd hetzelfde als het bedrag dat je netto op je rekening ontvangt. Leefsituatie, inkomen, belasting, loonheffingskorting, kostendelersnorm, dagloon en andere verrekeningen kunnen het uiteindelijke bedrag veranderen. Gebruik daarom de officiële juli-bedragen als referentie en controleer daarna je eigen betaalspecificatie.