Wanneer de bliksem inslaat in een watermassa, verplaatst de stroom zich over het oppervlak in plaats van dat deze diep in de vloeistof doordringt. Dit is te vergelijken met de blikseminslag in een auto of een ander geleidend object. Dit wordt het skin-effect genoemd en is het principe achter de kooi van Faraday: een afgesloten structuur die de binnenkant beschermt tegen elektrische stroom. Wanneer mensen door de bliksem worden getroffen, kan dit effect, flashover genoemd, leiden tot Lichtenberg-figuren: complexe brandwonden op het huidoppervlak.

Wanneer de bliksem inslaat in een meer of oceaan, worden normaal gesproken alleen organismen die zich op dat moment dicht bij het oppervlak bevinden, beïnvloed door de elektrische stroom. Het is echter onmogelijk om de exacte diepte te bepalen waartoe elke blikseminslag zal doordringen. Daarom waarschuwen deskundigen dat mensen niet op hun duikvaardigheden moeten vertrouwen om te gaan zwemmen tijdens stormachtig weer.
Een bliksemschicht kan een temperatuur bereiken van 27.760 graden Celsius, bijna vijf keer heter dan het oppervlak van de zon. Maar water geleidt warmte heel goed. Wanneer de bliksem inslaat, verdwijnt de warmte snel. Water verzacht de impact van bliksem, zodat het water niet gaat koken als de bliksem inslaat.
Mensen drijven vaak op het wateroppervlak als ze zwemmen. Tijdens een storm is zwemmen daarom minder veilig dan vissen. De stroomsterkte bij blikseminslag op water kan 10 tot 100 meter of meer afleggen, afhankelijk van de intensiteit van de bliksem. Zelfs als de bliksem niet direct inslaat, kunnen zwemmers toch letsel oplopen door de blikseminslag. De energie kan oplopen tot wel 10 miljoen volt. Om veilig te blijven, is het verstandig om tijdens onweer niet te gaan zwemmen.